Sommige nederlagen doen meer pijn dan andere; die van het eerste team op 27 september is er een van de eerste soort. Desondanks toch nog een verslag:
Wedstrijdverslag van Barendrecht 1 tegen het gedegradeerde Zwijndrecht 1 d.d. 27 september 2010.
Het 1e team van Zwijndrecht, oude club van ondergetekende, is de afgelopen paar jaar een aantal sterke spelers kwijtgeraakt waardoor deze vereniging is een vrije val terecht was gekomen. Ten opzichte van het vorige jaar zijn de spelers van de 1e drie borden weggevallen en moesten deze vervangen worden door andere spelers van Zwijndrecht 1. Dit was ook te merken aan de lagere borden aangezien hier o.a. mijn vader (bord 8) en andere spelers uit het voormalige 2e team meespeelde. Volgens de rating van de KNSB na de eerste wedstrijd zou Barendrecht 1 op papier het sterkste team zijn in deze klasse met een gemiddelde rating van 1735. Onze tegenstander van de eerste wedstrijd heeft een gemiddelde rating van 1703.
Dit alles sterkt mij in mijn mening dat het uiteindelijke resultaat, een verlies van 3 ½ – 4 ½ toch teleurstelling is en misschien achteraf ook niet nodig was geweest.
Gezien het feit dat ik als eerste klaar was, was het mijn beurt zijn om een stukje te schrijven over iedere partij.
Ik (als oud penningmeester van Zwijndrecht) speelde tegen de voorzitter van de club en besloten na een flinke afruil tot remise. Hierna hebben we in de andere ruimte de herinneringen van de schaakvereniging Zwijndrecht afgelopen 25 jaar (!!) doorgenomen.
Onderstaand een korte samenvatting van de overige partijen:
Tom (bord 6) heeft na de opening erg onder druk gestaan en gebruikte veel tijd verbruikt (gewoonte van het 1e team?). Tom kwam uiteindelijk wel de kwaliteit voor (toren tegen paard) maar besloot gezien de tijdnoodfase tot remise met zijn tegenstander. ( ½ – ½)
Joost (bord 8) speelde tegen Coen Dortmond (vader van ondergetekende) een Budapester gambiet die voor Joost totaal onbekend terrein was, hetgeen hem zeer veel tijd kostte. Zijn tegenstander viel met zijn dame een toren aan, die gedekt was door een loper van Joost. De tegenstander tilde echter de toren op om deze te slaan en zag toen pas tot zijn schrik dat deze gedekt was en zette deze snel terug. Joost werd hier erg zenuwachtig van omdat hij niet wist of zijn opponent nu ineens een ander zet wilde doen. Uiteindelijk werd de afruil een feit en kon hij, na een aantal sigaretten en het teruggeven van een paard, toch de winst tot zich nemen. (1-0)
Tjerk-Peter (bord 2)
Op bord 2 speelde hij met wit tegen Roland van Keeken. Er kwam een Scheveninger op het bord. Hij dirigeerde zijn witte stukken naar de zwarte koningsstelling en zette de tegenstander aardig onder druk. Door opoffering van een pion opende hij lijnen en kon hij mijn stukken nog actiever posteren. Zijn tegenstander gaf echter geen krimp en vond de juiste verdediging en de aanval bloedde dood. Door deze teleurstelling was Tjerk er met zijn gedachten niet meer geheel bij en verloor door een simpele kruispenning (niveau stap 3 van de Stappenmethode) een vol stuk. Niet veel later konden de stukken weer terug in de doos. (0-1)
Jean-Peter (bord 7)
Volgens Jean-Peter had hij een beetje met angst en beven naar deze wedstrijd toegeleefd.
Uiteindelijk niet nodig omdat zijn tegenstander vrij passief speelde. Hij kon zijn vertrouwde opening spelen met later een pionnenopmars op de koningsvleugel.
Uiteindelijk leek hij af te wikkelen naar een iets beter eindspel, maar een gesloten pionnenstructuur en ongelijke lopers zorgen al snel voor het inzicht dat er niet meer in zat, remise dus.
Feike (bord 1) Speelde tegen Kees van ’t Hoff.
Ook Feike is lid geweest van schaakvereniging Zwijndrecht (1975-1976).
Hij gaf in de opening een pion weg en dacht daar toen erg laconiek over. Kees heeft echter in de rest van de partij geen fout meer gemaakt. Feike probeerde op het eind nog een matdreiging met dame en toren maar Kees kon dit pareren waarna Feike moest opgeven. Zie voor wat deze partij o.a. in het Zwijndrechtse teweeg bracht een eerder bericht over deze wedstrijd en de reacties daarop.
Het was trouwens de tweede keer in drie dagen dat hij het voor zijn team bij een 3,5-3,5 tussenstand verprutste (zei hijzelf).
Bij thuiskomst heeft Fritz nog wel een mogelijke remise aangegeven in de eindstrijd, waardoor hij nog meer in de put raakte! (0-1)
Robbert (bord 5)
Zo’n eerste serieuze competitiepartij van het seizoen levert toch wat meer spanning op. De voorbereiding van Robbert op het nieuwe schaakzeizoen bestond uit een vierkamp in het Open NK van Dieren begin augustus. Daar bereikte hij stellingen die een mooie score zouden kunnen opleveren, maar in elk van de drie partijen ging er wat mis. In de partij tegen zijn Zwijndrechtse opponent werd hij op de 10e zet verrast door een mij bevreemdende paardmanoeuvre Ph2. Het beestje bleek later geen toekomst meer te hebben en Robbert was opgelucht de partij naar een Barendrechts punt te kunnen zetten.
Van de partij van Rien (bord 5) werd helaas (nog) geen verslag ontvangen.

