Voorspel
Op maandag 16 maart 2009 speelde het eerste haar laatste competitiewedstrijd. De tussenstand na de 6e ronde was als volgt:

Hierbij dient te worden vermeld dat de kampioen promoveert en de nummers 7 en 8 degraderen.
Hele analyses werden losgelaten op welke wijze we ons nog konden handhaven in de 2e klasse: ‘wat als wij verliezen en Maassluis speelt gelijk’. ‘Wat gebeurt er als wij gelijk spelen en de IJssel wint met 4½-3½’. Al deze analyses ten spijt was de enige zekerheid voor handhaving: gewoon winnen van Erasmus 3, de nummer 2 van de ranglijst. De ratings van onze tegenstanders bekijkend leerde ons dat een tactische opstelling totaal geen zin had.
Na de peptalk van Leo, onze teamleider, gingen we aan de slag.

De daad
De klokken werden ingedrukt, de wedstrijd begon. Blijkbaar had Joost de peptalk niet geheel begrepen. In no time stond hij een volle toren achter, zonder enige compensatie. Gelukkig stond Robert op dat moment op een tafel ernaast een vol stuk voor. Voor Joost leverde het een coïtus interruptus op, terwijl Robert een vluggertje afwerkte. Dat leverde een tussenstand van 1–1 op.

Tjerk-Peter kwam in een openingsvoorbereiding van zijn tegenstander terecht. Na het afruilen van allerhande stukken ontstond er een potremise stelling (waarin Tjerk-Peter zich vreemd genoeg nooit echt comfortabel in voelt) en de tegenstander bood remise aan. Even met Feike overlegd. Hij sprak de wijze woorden: ‘een half punt is een half punt’. Op de achtergrond stond John hard nee te schudden (want hij had gezien dat de andere borden niet geheel florissant voor ons uitzagen). Daarom besloot Tjerk-Peter toch maar door te spelen en na één zet daarna te denken: ‘iedereen kan de pot op, ik bied gewoon remise aan’. Tussenstand 1½-1½.

Bert Terlouw van Papendrecht/Alblasserdam kwam even buurten om te kijken hoe de wedstrijd verliep. Zij moeten namelijk de volgende dag tegen Maassluis spelen. In het theoretische geval dat Erasmus met 6 – 2 van Barendrecht zou winnen en Papendrecht met 6-2 van Maassluis zou verliezen, zou het kampioenschap naar Erasmus gaan. Al snel werd duidelijk dat dit scenario terzijde geschoven kon worden.

In de gang werd al heftig gediscussieerd over de resterende borden: wie zou gaan winnen, wie zou verliezen, wie mag geen remise aannemen en wie mag elke zet remise aanbieden.

Rien kwam in de openingsvoorbereiding van zijn tegenstander terecht. Op het moment dat je, na een diepe combinatie, een pion van je tegenstander wint, maar je tegenstander doet à tempo een tegenzet, dan weet je bijna zeker dat je in een stand(je) terechtkomt waarin je tegenstander zich thuisvoelt en jou de nodige hoofdbrekens oplevert. Het bleek een vergiftigde pion en Rien kwam in het geheel niet meer in het spel voor en de vijandelijke lopers sneden als röntgenstralen door zijn stelling heen. Na stukverlies konden de resterende stukken van Rien ook in de doos.

Feike had met zwart een ongebruikelijke opening gevonden, wat hem een langdurig initiatief opleverde. Zijn tegenstander wist er geen goed raad mee en kon, door opoffering van zijn pionnenstructuur, een ogenschijnlijk gelijke stelling opbouwen. Dit deed hem dan ook besluiten om een remise aanbod te doen. Dit werd netjes afgewezen en kort daarna won de vrijpion van Feike de partij. Het was weliswaar even zwoegen en zweten, maar dan krijg je ook loon naar werken.
Tussenstand 2½-2½.

John, Jean-Peter en Robbert moesten in de resterende 3 partijen nog minimaal 2 punten scoren. Jean-Peter stond een pion achter, weliswaar met lopers van ongelijke kleur. John liep al langs om te vragen of een remise volstaat, en Robbert…. Robbert is het schrikbeeld van elke teamleider (en elk teamlid). Robbert heeft de sado-masochistische eigenschap om zichzelf, maar ook zijn teamleden, elke keer weer te kwellen met zijn vliegende tijdnood. Ditmaal moest hij nog zo’n 15 zetten doen in 2½ minuut. Dat is nog daarentegen, maar om vervolgens ‘rustig’ na te denken over gedwongen zetten en ook je zetten netjes te blijven noteren levert menigeen een hartverzakking op. Ook ditmaal werd de tijdscontrole (net) gehaald.

John speelde een dijk van een partij. Het eerste stuk werd geslagen na zo’n drie uur spelen. John had begrepen dat, gezien de tussenstand en de ontwikkelingen op de andere borden, toch wel een winst van hem werd verwacht. Hij forceerde een doorbraak en het was d’rop en d’rover. Na een geniepig stukkenafruil kwamen zowel de zwarte dame, als toren en koning in de diagonaal van de witte loper te staan. Dit leidde tot dameverlies en winst voor John. Tussenstand 3½-2½.

Alle ogen waren nu gericht op het bord van Jean-Peter. Jean-Peter is wat exhibionistisch aangelegd. Hij speelt de sterren van de hemel als hij weet dat alle ogen op hem zijn gericht. De ene na de andere briljante zet kwam uit zijn handen en een orgastisch gejuich klonk op toen zijn tegenstander, murw gebeukt, zijn koning omlegde en Jean-Peter daarmee de beslissende punt scoorde. 3 seconden later besloten Robbert en zijn tegenstander de vrede te tekenen. Eindstand 5-3.

Naspel
Er werd een sigaretje gerookt en er werd nagepraat tot in de late uurtjes. Een ieder gaf en kreeg complimentjes hoe goed ze het wel niet hebben gedaan. Het maakt niets meer uit hoe Maassluis en de IJssel spelen. Wij zijn veilig!
Al met al was het een enerverend seizoen waarbij alle teams zeer aan elkaar gewaagd waren. Na de winst in de eerste ronde dachten we stilletjes aan promotie terwijl we in de laatste ronde hebben gevochten tegen degradatie. Het kan vreemd lopen.

Oh ja, soms is schaken beter dan sex: klik hier.

De website van Schaakvereniging Barendrecht wordt mede mogelijk gemaakt door: