Op 8 februari moest het eerste team naar Schiedam voor de wedstrijd tegen GROENOORD. Beide teams stonden in de ranglijst precies gelijk en op 1 punt van de koploper t.w. DE WILLIGE DAME. Wilden we in de race blijven dan moest er dus gewonnen worden.
Op de parkeerplaats bij HET TREFPUNT zei Feike tegen Tjerk-Peter en mij, dat we maar moesten denken, dat we nog in Wijk aan Zee speelden. We hadden daar beiden immers een goede score behaald. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen, dat ik mij meer gespannen voelde dan voor welke partij in Wijk aan Zee dan ook. Dit kwam mede, doordat ik voor deze wedstrijd gepromoveerd was naar bord 3. Via een kleine muiterij probeerde ik daar nog onderuit te komen, maar de captain was onverbiddelijk.
GROENOORD speelt in een boerenhoeve uit 1905. Het zal er in die tijd ongetwijfeld een groen oord geweest zijn. Binnen lijkt het op een bruin café met allemaal losse tafeltjes. Heel gezellig, prima speellokatie. Wij speelden in een soort op- of bijkamer waar de verlichting was opgehangen aan een paar grote karrewielen. Op de vloer lagen provisorisch wat houten platen; de oorspronkelijke vloer was namelijk verzakt. Niet verwonderlijk, natuurlijk, na zoveel jaar.
Ik opende met 1. d4 en na 1. …, d6 2. e4, g6 3. c4, e5 4. d5, Pd7 5. Pc3, f5 6. exf5, gxf5 7. Dh5+ gaf mijn tegenstander op.
De partij had precies 6 minuten geduurd. Ik was lichtelijk verbaasd door zijn snelle opgave, zeker gezien het belang van de wedstrijd. Kennelijk voelde hij enige wroeging want ik heb hem de hele verdere avond niet meer gezien. Hij zal hier ongetwijfeld nog wel door zijn captain op worden aangesproken. Maar uiteraard konden wij ons geen betere start wensen: 0-1. De consequentie was wel, dat ik nu een lange avond voor de boeg had en mij mocht gaan voorbereiden op het te schrijven verslag. Bij Robbert (zwart op 4) zag ik, dat hij na 10 zetten reeds een half uur verbruikt had en begon mij toen al weer op een stevig tijdnoodduel voor te bereiden. Na 19 zetten kreeg Tjerk-Peter (zwart op 2) een remiseaanbod van zijn tegenstander. Hoewel er nog veel hout overeind stond, zat er niet zo veel meer in. Bovendien redeneerden wij, dat in dit stadium elke remise was meeegenomen. Dus: 0,5-1,5.
Bij de volgende rondgang, met een biertje in de hand, zag ik, dat nu ook Robert (wit op 5) en John (wit op 7) hele akkervelden aan tijd gingen verbruiken. Als dat maar goed komt! Gelukkig had Feike (wit op 1) een gedekte vrije boer op d5 gekregen, waardoor mijn ademhaling weer wat rustiger werd. Voorzichtig telde ik zijn punt al. Bijna gelijktijdig raakte er bij Jean-Peter (zwart op 6) een boer in de sloot en verdronk. Ik zag geen compensatie; het zou zwaar weer voor hem gaan worden. Bij Bert, zwart op 8, vroeg ik mij gedurende een aantal zetten af, wanneer hij een paard van zijn tegenstander naar de slager zou brengen. De telepathie werkte en even later gebeurde het alsnog. Met zijn zwarte loper op h8, die ongehinderd kon kijken tot aan de horizon, kreeg hij er een geweldige vrije boer op b4 bij. Ook zijn tegenstander had remise aangeboden, maar Bert vond terecht, dat hij beter stond en na ruggespraak met de captain ging hij verder met het binnenhalen van de oogst. Zijn enige nadeel was zijn tijd. Inmiddels was er bij John en Robert tot remise besloten. Hun tegenstanders hadden, ondanks de flinke voorsprong in tijd, kennelijk geen zin om de put helemaal leeg te scheppen. Prima toch: 1,5-2,5.
Jean-Peter kon geen bescherming vinden tegen het zware weer. Zijn huisje van golfplaten was er niet tegen bestand: 2,5-2,5. Met nog 5 minuten op de klok en na een daverende slotzet had Bert de oogst verdiend op de kar geladen: 2,5-3,5.
Robbert zwoegde en ploeterde in de zware klei. Hij manoeuvreerde uitgebreid op zijn eigen stukje grond. Zijn tegenstander leek zich beter te kunnen bewegen, kwam gewonnen te staan en ik hield er ernstig rekening mee, dat Robbert definitief vast zou komen te zitten. Maar ziedaar! Ook zijn tegenstander liep, langzaam maar zeker, beetje bij beetje vast in de klei. Zijn voorsprong in tijd verdampte; hij had te weinig tijd om het punt te oogsten en bovendien stond zijn koning in het open veld. Redt Robbert het wel, redt hij het niet? De spanning was te snijden! Tijdens het “gevlugger” en met flink wat publiek rond de tafel won Robbert een stuk terug en kon hij alsnog het vege lijf op het droge hijsen: 3-4, zucht!
Alle omstanders draaiden zich nu om en gingen naar bord 1. Daar had Feike een remiseaanbod afgeslagen, omdat Robbert wellicht met lege handen zou komen te staan. Bovendien had hij nog steeds zijn gedekte vrije boer. In de loop van de avond was het onkruid echter welig gaan tieren en was de stelling dichtgegroeid. Zijn vrije boer kon zich niet bewegen en het zoeken naar een doorgang kostte beiden (zeer) veel tijd. Hier ging nu pas echt gevluggerd worden! Het hout viel alle kanten op en moest weer worden rechtgezet. Pardoes verloor hij een stuk, maar wat maakte dat uit in een dergelijke tijdnood? Na een bloedstollende finale hoorden we, tot onze grote opluchting, Feike eindelijk zeggen: “uw vlag is gevallen”. We hadden de wedstrijd met 3-5 gewonnen!
De bitterballen stonden inmiddels klaar op de bar en met een drankje erbij konden we even op adem komen. En nu maar hopen, dat in onze volgende wedstrijd “De Willige Dame” voor ons een beetje gewillig wil zijn.
Rien


