Nog niet zo heel lang geleden keken we vol verlangen uit naar onze laatste wedstrijd in de 2e klasse. ’t Springend Peert uit, dat moest de kroon op ons werk worden, hier moest de volgende stap worden gezet. Na promotie naar de 2e klasse in het seizoen 2006/2007 en daarop volgende 5e plaatsen (2007/2008 en 2008/2009) en een 3e plaats (2009/2010) in de 2e klasse, was het nu de hoogste tijd voor promotie naar de 1e klasse. De valse start tegen Zwijndrecht in de openingswedstrijd van het seizoen hadden we verwerkt, alleen moest in de voorlaatste ronde de Willige Dame nog aan de kant worden gezet. Nou, dat verliep dus even anders. Het werd 4-4, waardoor we onze kansen hebben verspeeld. ’t Springend Peert uit werd dus een wedstrijd voor de keizer z’n baard.
In dat soort wedstrijden ben ik op m’n best. We scoren er met z’n allen lustig op los en ik draag mijn onnodige steentje bij. Dat ging dit keer erg gemakkelijk. Na 1. e4, c5 2. Pf3, d6 3. c3, Pf6 4. g3 was onderstaande stelling ontstaan.
De laatste zet van wit is natuurlijk respectloos, maar als je de deceptie van de vorige wedstrijd nog niet te boven bent en de schaakstukken liever voor eens en altijd in het doosje had willen doen, dan nog hoor je dat niet te doen. Ik deed het toch en terwijl mijn tegenstander vrij lang zat na te denken, vroeg ik mij af waarom ik dit had gedaan. Aan de manier waarop mijn tegenstander het bord bekeek meende ik te zien dat hij de smerige truc had gezien en ik vreesde dat hij daardoor extra gemotiveerd zou zijn om mijn schaakleven de komende uren nog wat zuurder te maken. Toen kwam 4. …, Pxe4?? en het schaamteloze 5. Da4+. De stukken hadden in de doos gekund, dan was ik na Rien en Tjerk-Peter de nieuwe recordhouder korte partijen geweest. Heel lang heeft het niet meer geduurd.
Bijkomend effect van deze snelle overwinning was dat ik toch nog een keer dit seizoen het verslag moest schrijven. Dat ik daarin een Barendrechtse overwinning kon gaan bejubelen was al vrij snel duidelijk, de grootte daarvan stond lange tijd niet vast.
De eerstvolgende die ook een punt in het zakje stopte was Jean-Peter. Met een truc die qua doortraptheid niet veel onderdeed voor die van mij won hij een stuk. Daarna was het nog wel even alle hands aan dek om de tegenkansen te pareren. Met een fraai matbeeld werd de partij afgesloten: 0-2. Tjerk-Peter dan, hij sloeg met zijn dame op b2, terwijl de onlangs overleden Deense grootmeester Larsen ons de wetenschap heeft nagelaten dat slaan op b2 altijd fout is, zelfs als het goed is. Tjerk-Peter doorstond de witte storm, naar ik meen ook dankzij enige wankelmoedigheid aan gene zijde van het bord, pakte nog een pionnetje en voegde een punt toe aan ons totaal: 0-3.
Ondanks de keizer en z’n baard begon zich aldus een overwinning af te tekenen. Invaller Tom stond al enige tijd ruimschoots gewonnen, terwijl uit de overige partijen toch wel een halfje moest kunnen komen. De grootste geluksvogel van de avond was Robbert. Hij was vanuit de opening in een naar mijn mening tamelijk inferieure stelling terecht gekomen en was ook in tijdtechnisch opzicht flink in het nadeel gekomen. Met minder dan 10 minuten op de klok kreeg Robbert remise aangeboden van zijn tegenstander die op dat moment nog zo’n 45 minuten te verspijkeren had. Een mooi halfje dus voor Robbert, ware het niet dat hij het genereuze aanbod afsloeg en koelbloedig verder speelde. Het is dat hij het vervolgens keurig afmaakte, anders was mijn commentaar niet mals geweest.
In de tussentijd had Tom zijn karwei afgemaakt: 0-4. Hierna deed zich iets opmerkelijks voor. Rien en zijn tegenstander hadden elkaar in een stevige houdgreep genomen en de vraag was wie van beide risico zou gaan nemen om zich daaraan te ontworstelen. Net toen de eerste openingen waren gecreëerd besloot de tegenstander van Rien er eens goed voor te gaan zitten. Dat is natuurlijk prima, maar met 20 minuten op de klok moet je dat niet al te lang doen, in ieder geval niet tot je nog maar 1 minuut over hebt en daarbij maar 2 zetten verder bent. De tegenstander van Rien besefte dat hij zich in een onmogelijke situatie had gemanoeuvreerd en gaf op, terwijl de stelling op het bord daar eigenlijk geen enkele aanleiding toe gaf: 0-5.
De volgende in de rij was Robbert: 0-6. Inmiddels had John in een prima stelling een elementair “uitschakelen van de verdediging” over het hoofd gezien. John stribbelde nog even tegen, maar stukverlies kon zijn stelling niet verdragen: 1-6. Tot slot nog Robert. Ondanks een wat moeizaam gespeelde partij en een fiks hogere tijdconsumptie dan zijn tegenstander, had hij toch nog een veilig eindspel weten te bereiken. In wederzijdse tijdnood had Robert het geluk aan zijn zijde (zijn tegenstander overzag een kant en klare winst) en haalde hij toch nog het volle punt binnen: 1-7.
Alles wat ons rest is een heel dun draadje waaraan ons lot hangt. Wat gaan de Willige Dame (tegen Erasmus) en Zwijndrecht (tegen WSV) doen? Komt er nog een verrassende wending? Een ding weten we al, de Willige Dame heeft inmiddels verloren van Erasmus, zou het dan toch nog ….


