Onze 1e krachtproef tegen Zwijndrecht 2 die op 1 matchpunt volgt samen met Nieuwerkerk.

Bart speelde vooruit en dat zag er van dichtbij goed uit en daar vond hij ook het volgende van: “Ik kwam veel beter uit de opening en had een zeer sterk paard op b5. Daarna kwam dat paard zelfs op d3. Maar ik wilde even later een stuk slaan op e5 en was van plan dat met m’n loper te doen maar ik doe het met m’n mooie paard. Ik stond daarna nog steeds super goed maar verprutste het een beetje. Want ik zat heel de tijd te denken wat er gebeurd was als ik met de loper geslagen had. (Zat gewoon in m’n hoofd en kon het er niet uit krijgen). Toen kwam ik in een dame eindspel wat remise was.”

Bord 1. Bart Dubbeldam 1544 – Stijn Berghout 1575 ½ – ½

John speelde een strakke partij tegen Teus, maar wist net na het middenspel niet de oppositie te krijgen. Helaas overzag hij(en ook Teus) een aantal combinaties niet en de kans om er remise uit te peuren. Hij moest daarna lijdzaam toe zien hoe hij met een giga tijdnood van het bord werd gedrukt.

Bord 2. John Bakker 1598 – Teus Sr Slotboom 1563 0 – 1

Tom mocht het opnemen tegen de sterkste speler en zag dat zo:
“Helaas is het bij een schaakpartij zo dat één van beide spelers met zwart speelt.
Als dat mij overkomt moet het als onsportief van de witspeler gezien worden als hij niet met e4 opent.
Toch gebeurde dat. Het ergste is het als er met d4 geopend wordt. Ook dat gebeurde.
Mijn antwoord is dan, min of meer van armoe, d5. Er volgt c4 en die sla ik dan.(?)
Ten onrechte voel ik mij helemaal verguld want dan sta ik een pion vóór. Die pion ga ik daarna met alle mogelijke middelen verdedigen. Dat kan je ongetwijfeld tegen een speler, die ook nog een hogere rating heeft, beter niet doen. Ik doe dat dus wel en blijkbaar ook nog met succes. Verbruik zelfs niet eens meer tijd dan mijn tegenstander.
Dat is zoals bekend voor mij ook heel bijzonder. Door al die positieve punten zakt dan rond de veertiende zet toch de concentratie even weg.
Er raakt een stuk ingesloten. Ruim een half uur na gedacht. Geen oplossing te bedenken. Met een loper minder en nog steeds een pion meer(!), wellicht ten onrechte, toch maar door gespeeld. Dit ook omdat het op de andere borden nog niet zo duidelijk was.
Koeien blijken soms hazen te vangen, al weet je niet hoe. Tegenstander geeft ook een stuk weg. Kon nog wel even twee pionnen mee kapen.
Toen dus één pion achter met nog een paar minuten op de klok. Een halve minuut voor het vallen van mijn vlag scoorde Johan het laatstevolle punt. Dal bracht ons op 4,5. Dat was genoeg.

Bord 3. Tom Godthelp 1554 – Jaap Euser 1648 0 – 1

Han mocht zijn kunsten aan het 4e bord vertonen en verwoordde dat op zijn herkenbare toon:
“Een Italiaanse partij. In het middenspel gaf hij een pion weg en iets later een loper. Simpel naar gewonnen spel”

Bord 4. Han Pijpers 1579 – Gert-Jan den Heeten 1485 1 – 0

Aan bord 5 speelde(mag ik dat zeggen, ja ik denk ’t wel) onze solide roeptoeter Leo zijn partij en hij zag dat zo: “Mijn partij tegen de heer Wim van Vliet was niet heftig of gecompliceerd. Wel had ik het voordeel dat ik mij niet van de wijs heb laten brengen door slecht- of mooijweer De partij is geëindigd in mijn voordeel, maar zoals gezegd geen hoogtepunten.”

Bord 5. Leo van Praag 1531 – Wim van Vliet 1441 1 – 0

Onze soms wat norse edoch vriendelijke Johan kon er het volgende aan bord 6 uitpersen: “Na een woest incorrect offer toch de partij naar mij toe getrokken. Met name door catastrofale fouten van de tegenstander.

Bord 6. Johan de Weerd 1583 – Patrick Poots 1394 1 – 0

Dan uw slechte teamleider aan bord 7. Ik kwam wat beter uit de opening, maar wist dit nog niet direct vleugels te geven. Langzaam maar zeker wist ik mijn stukken op de koningsvleugel te positioneren totdat een paard van de tegenstander dacht dat het met alleen luchtdekking afkon. Ik schrok wel even, want het schaak stamt toch uit een ander tijdperk. Daarna was het hatsekidee, zo’n paardenbiefstukje gaat er wel in en was het om in dezelfde termen te blijven een gelopen koers. Eerst werd een toren opgesloten (waarbij Bert de ontsnapping met een tussenschaakje over het hoofd zag) en de kwaliteit verorberd. Daarna de frontale aanval gekozen en toen de eerste pion viel en open lijn ontstond gaf Bert op.

Bord 7. Stanley Brabers 1520 – Bert Broerse 1451 1 – 0

Naast mij aan bord 8 nam Joost plaats en toverde al snel een prachtige positieve stelling op het bord. Maar leverde waarschijnlijk door deze adrenaline boost pardoes een stuk in en werd na nog wat foutjes van het bord geschoven. Kwam dit nu door alle voorbereidingen, dat de spanning weer was toegeslagen of had hij zich gewoon vergaloppeerd? Volgende keer een remise of beter!

Bord 8. Joost Mooijweer 1465 – Antoine Oomen 1405 0 – 1

Dat was hen en wat was iedereen opgelucht na deze nipte overwinning.

Barendrecht 2 1547 – Zwijndrecht 2 1495 4½ – 3½

Natuurlijk moeten wij de meeting hierna niet uit het oog verliezen. Want Overschie staat dan wel 3 matchpunten achter, zij kunnen wel het sterkste team op de been brengen.
Tot 13 december!
Stanley.

De website van Schaakvereniging Barendrecht wordt mede mogelijk gemaakt door: