Het gelijk van ELO

De vierde ronde togen we naar Berkel en Rodenrijs voor de uitwedstrijd tegen laagvlieger 3 Torens 1.
Op papier een gemakkelijke tegenstander, maar dat moest natuurlijk eerst nog even op het bord bewezen worden.

Dit keer betaalde het grote ELO-overwicht zich wel eens een keer uit. Binnen no-time stonden we op een 4-0 voorsprong:

Jan was als eerste klaar. Zijn tegenstander kende ik nog van vroeger. Hij is een oud-clubgenoot uit Groningen en onlangs weer begonnen met schaken. Dat hij nog veel routine mist werd snel duidelijk, want hij werd volledig overklast door Jan (1-0).

De 2-0 stond snel hierna op het scorebord, want Martin liet weer eens zien hoe gemakkelijk schaken kan zijn (2-0):

De 3-0 volgde snel door Steef. In een wisselvallige partij stuurde hij zijn dame te snel naar voren waardoor hij slechter kwam te staan. Gelukkig blunderde zijn tegenstander waarna deze (te) snel opgaf (3-0).
Bert volgde direct hierna. Mijn tegenstander gaf snel zomaar een paard weg, sputterde nog wat tegen, maar stortte snel in toen de stelling werd opgebroken (4-0).
Iroy leek het 5e punt te scoren. Zijn taaie tegenstander kwam na de opening in het voordeel. Traditiegetrouw wist Iroy in tijdnood het tij te keren en kwam 2 pionnen voor in het eindspel. Normaal is dit een makkie, maar helaas was het een eindspel met ongelijke lopers. Wit blokkeerde de ongelijke velden waarna er zelfs voor Iroy geen doorkomen meer aan was (4½- ½).

Toen bleven er nog 3 partijen over. Adri stond vrijwel gewonnen, maar Feike en Robbert dobden met een zware dobber.

Adri wist inderdaad te winnen. De hele partij had hij het initiatief waarna een altijd lastig toreneindspel resteerde. Het was mooi te zien hoe Adri dit varkentje waste. Niet spectaculair, maar wel instructief (5½-½).

Feike was hierna klaar. Hij griste een pion mee, maar verwaarloosde zijn ontwikkeling op de damevleugel. Hierdoor keken de toren op a1 en de loper op c1 de gehele partij werkloos toe naar de strijd op de andere vleugel. Hier wist zwart een aanval op te zetten die Feike met nauwkeurig spel wist te pareren. De partij eindigde in zetherhaling (6-1).
Het slotakkoord was voor Robbert. In een zeer wisselvallige partij kwam hij wat minder te staan. Zijn stukken konden moeilijk de juiste velden vinden. In de tijdnoodfase ging het van kwaad naar erger. Eerst zagen beide een torenwinst van Robbert over het hoofd vanwege een vermeend schaakje, hierna gaf wit twee pionnen weg. Het resterende toreneindspel had in remise moeten eindigen, maar wit weigerde de hiervoor benodigde zetten te doen. Vervolgens was het gemakkelijk gewonnen voor Robbert (7-1).

Een mooie en verdiende overwinning dus. Nog leuker werd het toen de concurrentie steken liet vallen, waardoor we met nog 3 ronden te gaan een riante voorsprong hebben van 2 matchpunten en 2½ bordpunten.