Een onschuldig schaakavondje met Barendrecht 2 te Hellevoetsluis of wel het doel heiligt de middelen of wel de mogelijke introductie van een ¼ punt bij het schaken.

Ondanks het feit dat ons geliefde 2e team onder de eminente leiding van Joost als eerste een overwinning boekte op maandag 8 november thuis tegen SO Rotterdam 6 hebben we dat niet van de daken willen schreeuwen. Ons past bescheidenheid, gezien het feit dat we er te zeer van doordrongen waren, dat ons nog zware tijden in de toekomst zouden te wachten staan. En dat is inmiddels wel gebleken ook! Want ook al waren wij praktisch op volle oorlogssterkte (alleen Leo ontbrak wegens een medische ingreep), het idee dat we tegen De Pionier 2 (rating 1590 tegen 1473 van ons) maar dat nog zonder punten was, nog een kans zouden maken, werd al snel de grond in geboord. Toen de eerst kruitdampen waren opgetrokken bij de eerste partijen keken we alras tegen een forse achterstand aan van 4-0. Alleen Tom, die zijn cruisereis daarvoor speciaal had onderbroken, wist een remise te bewerkstelligen. Zou dan niemand van ons de overwinning gaan behalen? Jawel, maar vraag niet hoe en door wie.

Aan bord 5 vond het allemaal plaats en wel tussen Roel de Hoop (wedstrijdleider B) en Jan Straatman (voorzitter De P). Zo omstreeks de 25ste zet zag ondergetekende dat zijn Hellevoetsluise tegenstander niet meer zijn zetten noteerde mede vanwege het feit dat hij niet zo snel de juiste zet vond en een beetje geïrriteerd raakte; dit ging nog een tijdje door en ik wist eerst niet zo gauw wat te doen. Ik had voor mijzelf besloten dit niet tegen mijn opponent te zeggen, want dat is niet mijn verantwoordelijkheid (en ook waarschijnlijk in mijn nadeel). Wel had ik het volgende besloten voor mijzelf, als mijn tegenstander remise zou voorstellen zou ik de overwinning claimen, omdat hij een flink aantal zetten niet genoteerd had. Ook had ik voor mijzelf besloten als ik mat dreigde gezet te worden, alsnog hem op zijn tekortkoming te wijzen en de zege te claimen (hard doch rechtvaardig). Maar wat geschiedde?
Op een gegeven moment had Straatman dit zelf in de gaten en zei: “Ik zie dat ik al een tijdje niet geschreven heb, nou dan ga ik hier maar verder.” Ik moest toen ‘uit de kast komen’ en claimde de overwinning. “Ja ik kan die zetten nog wel op papier krijgen, dat lukt me wel.” Scheidsrechter erbij je weet hoe dit gaat. Maar die wist ook niet ‘what to do?’ Uiteindelijk moest er maar doorgespeeld worden, maar ik deed dit onder protest een onzekere schaaktoekomst tegemoet. Je komt tenslotte om te schaken en die punten dat was voor later zorg. Ik stond wel slechter, tegen mijn gewoonte in zoals jullie begrijpen, maar een remisekans zat er nog wel in. Op een gegeven moment verzon voorzitter Jan een list, door een herhaling van zetten af te dwingen, zodat het normaliter een remise zou zijn geweest. Toch claimde ik de overwinning, want het niet-schrijven moet natuurlijk wel bestraft worden. Wel een beetje flauw of kinderachtig zult u zeggen. Maar vergeet niet dat je toch, als je ziet dat je tegenstander niet meer schrijft, je toch wel afgeleid wordt, de een meer dan de ander geef ik toe. Ook vond de discussie met de wedstrijdleider in mijn tijd plaats. En het allerbelangrijkste is voor mij dat een schaakwedstrijd geen PRAATWEDSTRIJD moet worden. Dan kunnen we beter gelijk gaan klaverjassen!!
Maar stel je voor dat de stand 3½ – 3½ of 4 -3 was geweest, dan zouden de rapen gaar geweest zijn. Maar omdat we nog geen partij hadden gewonnen, wilde ik dat punt persé hebben, geef ik eerlijk toe, want 6½ – 1½ was toch al beschamend genoeg voor ons, terwijl we dachten nog een kans te hebben. Maar is hier wel een oplossing voor?
Roel de Hoop zou Roel de Hoop niet zijn als hij hier geen oplossing voor dit probleem wist te verzinnen. Ik denk dat er min of meer drie goede mogelijkheden zijn:
1) De wedstrijd wordt uitgespeeld, de overtreder krijgt een strafpunt van een ½ met dien verstande dat de uitslag nooit 1½ – 0 kan zijn. De overtreder kan nooit winnen in dit geval.
2) De wedstrijd wordt uitgespeeld, maar de straf is een ¼ punt, met dien verstande dat de uitslag nooit 1 ¼ – 0 kan worden.
3) De wedstrijdleider ziet toe dat iedereen de zetten noteert.

Mijn voorkeur gaat uit naar het laatste, maar eigenlijk vind ik de creatieve oplossing 2 veel mooier. De factor een ½ is uniek voor het schaken, maar de introductie van een ¼ punt zou het nog unieker maken.
Maar tenslotte nog dit, als iemand een betere oplossing weet ik hou me aanbevolen, dan ga ik meteen overstag. De meest rigoureuze oplossing zou zijn het hele schrijven dan maar af te schaffen, maar dat lijkt me ook geen goede oplossing.

Allen veel schrijfs toegewenst,
Roel.

De website van Schaakvereniging Barendrecht wordt mede mogelijk gemaakt door: