EEN EN AL VIER

In de 4e klasse van de RSB-competitie stond de wedstrijd Barendrecht/IJsselmonde 4 tegen Sliedrecht 4 op het programma. Het team was compleet. De tegenstander ook inclusief non-playing captain; ze waren kennelijk nogal wat van plan.

De respectievelijke kopmannen aan bord 1 waren jammergenoeg té snel klaar. De koning van Mijndert kwam helaas wat onplezierig te staan en uiteindelijk gaf hij de pijp aan, in dit geval, Peter.

Ab, met wit aan bord 8, scoorde zijn eerste resultaat: de beer is los, het eerste schaap is over de dam, kortom. “Na een normale opening stellen beide partijen het slaan van pionnen nog even uit. “Na de rokkades worden de zwaardere stukken in stelling gebracht. Zwart stuurt aan op ruil van de dames, waarna er een stelling ontstaat waarbij wit met nagenoeg al zijn pionnen naar voren is gekomen. De stelling is na de 25e zet eigenlijk al remise-rijp, maar beide partijen proberen nog wat uit. Op de 31e zet wordt op het remise-aanbod van wit ingegaan.”

Jan voegde, op bord 7, weer een halfje aan zijn totaal toe door echt tot het einde toe, nog slechts beide monarchen stonden op het bord, door te gaan.
Op bord 4 had Joost zijn tegenstander helemaal van de kaart gespeeld. In een onbewaakt ogenblik vertrouwde deze mij toe dat hij zelf ook zo graag dergelijke trucages uit de hoge hoed zou toveren maar dat doorgaans niet aandurfde. Dat geeft des te meer aan dat Joost de smaak nu echt te pakken heeft; ik zou bijna zeggen: “dames, berg u!”

Vanuit mijn ooghoeken zag ik bij Roel op bord 6 de dames en torens over de open centrumlijnen heen en weer vliegen. Het gerucht gaat dat Roel (op enig moment) naar eigen zeggen gewonnen stond. Diverse anonieme bronnen bevestigen dat. Zaak blijft dan wel om die winst ook binnen te harken. Tot ons aller spijt, niet in het minst die van Roel zelf, ontnam een plotseling opstekende mist hem het zicht op de juiste velden.

Good-old AC liet zien dat hij over een buitengewoon uithoudingsvermogen beschikt. Na zijn 69 jaar jongere tegenstander wat zand in de ogen te hebben gestrooid haalde hij heel kalm, puur op techniek en conditie, het punt binnen. “We speelden Russisch e4-e5 Pf3-Pf6 enz. Mijn tegenstander, die zag dat het Russisch mij wel lag veranderde de normale voortgang en ging zijn eigen systeem spelen. Het middenspel ging op en neer. In het eindspel heb ik tactisch gespeeld en via het bezetten met de koning van een sleutelveld een dame gehaald.”

Eric wist in het middenspel met enkele Hans Kazan-acties het voordeel naar zich toe te trekken en dat vast te houden tot het einde.
Marcel speelde deze keer het langst maar dat mocht niet baten. Een hatelijke nul zorgde er voor dat de einduitslag 4-4 werd. “Het ontbrak mij vandaag aan zelfvertrouwen. Helaas ontdekte ik dat pas om en nabij zet tien. Mijn aloude kwaal stak weer op: overal zag ik leeuwen en beren op het bord die er objectief gezien helemaal niet waren. Gevolg was dat ik noodmaatregelen ging nemen tegen niets. Zelfs volgens Fritz, Rybka en al die andere deskundigen ging de partij zelfs tot zet 37 tamelijk gelijk op. Toen volgde nog een oude kwaal: afruilen van zware stukken in het zicht van het uiteindelijke eindspel terwijl dat helemaal niet moet. Eigenlijk was het toen al bekeken; mijn tegenstander rondde het vervolgens vakkundig af.”