Gisterenavond heeft het bekerteam van Barendrecht/IJsselmonde zich ten koste van Hoeksche Waard geplaatst voor de tweede ronde van de RSB bekercompetitie.

Uiteindelijk werd het een ruime overwinning, 3,5-0,5, maar daar had ik halverwege de avond niet op gerekend. Zelf (bord 1) was ik bepaald niet te tevreden over mijn stelling na de opening en ik meende in de verte donkere wolken te zien aankomen (hoewel de computer daar toch weer heel anders over dacht). Steef (bord 2) stond duidelijk beter, maar daar koop je niet zoveel voor zolang je dat niet in winst hebt omgezet.

André (bord 3) had zich met zwart zorgvuldig ingegraven. Alleen Robbert (bord 4) had al duidelijke vooruitzichten op winst. Alle lijnen en diagonalen open en een zwarte koning in het midden die het moest stellen zonder dekking van pionnen en zonder hoop op rokeren, dat kon niet goed gaan. Robbert maakte het dan ook vakkundig af: 1-0. Inmiddels groeiden de problemen de tegenstander van Steef boven het hoofd en was verlies voor hem onvermijdelijk. Hij besloot zich daar maar zo snel mogelijk bij neer te leggen: 2-0.

Zelf was ik ondertussen in de volgende stelling beland (Jan de Mik – Feike Liefrink, stelling na 20. Dc2-d1):

feike-141114.jpg

Het is duidelijk dat wit het gemunt heeft op pion h3. Hoe komt die pion daar en wat moet ie daar? Dat vroeg ik mij hier ook af. Feit is dat ie daar al sinds de 9e zet bivakkeert en dat ie de partij zal gaan beslissen. Zoals gezegd, ik maakte me toch wel wat zorgen, met name om voornoemde pion h3 (anders dan de computer trouwens). Ik dacht hier na over 20. …, f6 en 20. …, f5. Om mij onbekende redenen speelde ik 20. …, f5?. Waarschijnlijk leefde ik teveel in de veronderstelling dat wit toch wel en passant zou slaan (als je die kans krijgt, dan grijp je die toch?), maar 20. …, f6 is natuurlijk veel beter. Als de pion op h3 er al afgaat, dan heeft zwart behoorlijk compensatie in de vorm van aanval op de witte koningsstelling (bijvoorbeeld: 20. …, f6 21. exf6, Lxf6 22. Dh5, Df7 23. Dxh3, Lxd4; zeker niet zomaar gewonnen voor zwart, maar wit heeft het niet gemakkelijk). Na 20. …, f5 is alles anders, wit staat veel beter, nu ook volgens de computer. Het vervolg: 21. Dh5, f4 (dan maar in troebel water vissen) 22. Pg4 (22. Pd1!), Pxg4 23. Dxg4, fxg3. De volgende stelling is nu ontstaan:

feike-141114-b.jpg

Wit kan de pion op g3 op drie manieren slaan. 24. Dxg3 is goed. Zwart verliest de pion op h3, maar heeft compensatie door druk over de f-lijn (De8-Df7). Ook 24. fxg3 is mogelijk, hoewel zwart dan het verrassende 24. …, Pxe5 heeft (25. dxe5??, Lc5+). Wat volgde: 24. hxg3?, h2+ 25. Kg2? (na 25. Kh1, Txf2 staat zwart beter, maar niet gewonnen). 25. …, Txf2+ 26. Kxf2 (nu verliest 26. Kh1 een stuk, vanwege 26. …, Txd2), h1D. En zo werd de schlemiel op h3 de held van de partij. Na 27. Pf3, Dh7 28. Th1, Df5 gaf wit op.

Voor André was er nu geen reden meer om de loopgraven te verlaten, remise dus. Aldus kwam een 3,5-0,5 overwinning tot stand. Volgens ingewijden staat ons in de volgende ronde HZP Schiedam te wachten. Die hebben na de recente wedstrijd in de competitie nog een appeltje met ons te schillen en dan in het bijzonder met mij. We zijn gewaarschuwd.

De website van Schaakvereniging Barendrecht wordt mede mogelijk gemaakt door: