Barendrecht/IJsselmonde 4: Gelukkig van de nul af

Het heeft heel wat moeite gekost om voor onze externe wedstrijd tegen Shah Mata 4 een team op de been te krijgen. Werkverplichtingen, ziekte, een vervanger voor een vervanger optrommelen en zo kwamen wij op zeven spelers; ter plekke zou uit de loslopende voorraad interne poule-B spelers misschien nog wel een achtste liefhebber kunnen worden gerekruteerd.


Onze tegenstanders kwamen direct na binnenkomst met de mededeling dat zij ook zeven spelers hadden, hoewel zij dat van ons toen nog niet wisten. “Welk bord is dan onbezet?”, informeerde ik uiteraard meteen. De teamleider tuinde er niet in: “Dat zeg ik niet”.
Nou ja zeg, dacht ik heel even, dit is zeker een team dat aan besloten trainingen doet en tactische opstellingen maakt. Maar al snel bleek het allemaal wel mee te vallen. Na mijn opmerking dat wij wellicht ook maar zeven spelers zouden kunnen opstellen en dat we dan maar hetzelfde bord leeg moesten houden liet iemand zich ontvallen dat het om bord 1 ging.

Wat zouden wij doen? Alsnog een achtste speler optrommelen onder de voor hem geruststellende mededeling dat hij alleen even aan bord 1 zijn gezicht moest laten zien en dan weer kon vertrekken à raison van één bordpunt voor het team (maar geen ratingpunten voor hem zelf)? Volgens de regels is hier niets tegen in te brengen. Is het sportief?

Ach, wat is dat precies, sportief, en moet je dat wel zijn? Het lijkt mij dat als wij met zijn achten klaar hadden gezeten we niet alsnog één van ons hadden afgevoerd van de spelerslijst. Nu was het iets anders. Bovendien: wij stonden net als onze tegenstanders op een dramatische laatste plaats in de poule, beide met nul matchpunten.

Degraderen kan niet en dat stemt een mens toch wat milder. De uiteindelijke uitslag 3½-3½ paste dan ook precies in het plaatje: nog steeds beide onder aan de ranglijst.