Zo vroeg in het jaar, 16 februari, al weer de laatste externe competitiewedstrijd. Ver weg deze keer in het landelijke Sommelsdijk, hoewel we daar door de duisternis en overloedig rondvliegende mistflarden weinig van hebben kunnen zien.
Na alle plussen en minnen te hebben opgeteld en afgetrokken resulteerde het ons kennelijk zo geliefde vier tegen vier. Ik weet niet goed wat ik hier nu van denken moet; woorden schieten tekort.
Het einde vraagt altijd om een terugblik. Zijn wij tevreden over ons seizoen? Worden de contracten verlengd?
Een overwinning, vier gelijke spelen en één nederlaag. Sportploeg van het jaar zullen we daar niet mee worden. Maar goed, joelende aficionado’s met wapperende witte zakdoeken heb ik ook niet gesignaleerd. Probleem is dat het schaakspel eigenlijk geen teamsport is: de prestatie van de één heeft nauwelijks invloed op de prestatie van de ander. Een mooie voorzet moet toch echt van de tegenstander komen; en laat die daar doorgaans nou net niet toe genegen zijn.
Wel, de één zal meer tevreden zijn dan de ander. Als teamleider ben ik in elk geval tevreden; alles is goed verlopen, de sfeer was uitstekend en de teamprestaties zijn ook ruim voldoende geweest. Zeker als je kijkt naar de gemiddelde teamratings. Alle wedstrijden was die bij ons lager dan die van de tegenstander.



