Barendrecht uit de beker

Helaas, ook dit jaar is het niet gelukt om Charlois Europoort beentje te lichten. Thuis werden we met 3-1 verslagen door de (veel) sterkere spelers uit Rotterdam-Zuid. Robert en Robbert speelden op bord 3 en 4 nog wel heel knap remise, maar Tjerk-Peter kwam er op bord 2 niet echt aan te pas en Feike werd op bord 1 langzaam maar zeker weggedrukt. Jammer maar helaas. Het zat deze avond ook niet mee voor het tweede team dat thuis met 5-3 verloor van Dordrecht 5. Hierover wordt later nog verslag later. Nu eerst de bekerwedstrijd en de beslommeringen op de verschillende borden:

Bord 4: Robert Dortmond (zwart) ½ – ½
Ik dacht bij aankomst op een rustige clubwedstrijd door de aanwezigheid van een bekerwedstrijd en een 2e team wedstrijd. Hierdoor was ik vrij verrast door de directe vraag van Tjerk-Peter om door afwezigheid van Rien het bekerteam te mogen versterken. Dit met mijn lage rating in gedachte van 1650!

Er kwam een geweigerd damegambiet op het bord waarbij zwart door het defensieve spel van wit (helaas is dat ongeveer elke wedstrijd het geval) zijn pionnen neerzetten op d5, c5, e5 en f5!
Door de afruil van de loper van wit tegen het paard van zwart kreeg zwart een dubbelpion op de f-lijn. Deze dubbelpion zorgde ervoor dat zwart in de loop van de partij geen vuist kon maken met zijn pionnen in het centrum.
De ontstane druk maakte het echter voor wit noodzakelijk zijn stukken op eigen gebied te houden. Na lange rokade van wit stonden alle stukken rond de laatste vakken van f tot en met h.
Na het openen van de e-lijn, hadden beide partijen een vrije lijn. Zwart begon echter direct zijn toren van deze lijn af te ruilen tegen de witte toren. Wit probeerde daarna deze lijn te bemachtigen waarna zwart na de torens ook de dame afruilde.
Na deze afruil hadden beide partijen een loper en een paard met een gesloten pionnenstructuur. Hierop heeft wit remise aangeboden die gelukkig vrij snel door mij werd geaccepteerd. Meer zat er voor beide partijen op dat moment ook niet in.

Bord 3: Robbert Meijer (wit) ½ – ½
Aan bord 3 zette Lendert van den Ouden (rating 1973) het met zwart zeer solide op. Robbert zocht met wit naar een aanknopingspunt en deed zodoende de wat bevreemdende pionopmars naar a6. In het spel om deze pion ruilde wit de mooie loper tegen een paard. Wellicht had zwart met Ph5 de lopermanoeuvre kunnen ontzenuwen en de pion winnen. Na de afruil kon wit het centrum mooi ontwikkelen, waarna zwart met het overzien van een kleine penning zelf een pion weggaf. Wit moest vervolgens de tijd nemen om een goed antwoord te vinden op dreigingen op de koningsvleugel waarop de witte stelling geopend werd. Zwart tastte vervolgens het pionnenfront aan op de damevleugel, waarop de c-pion tijdelijk werd geofferd waardoor een vrije witte d-pion ontstond. Met een aanval van de toren op de dame zou de pion teruggewonnen kunnen worden, maar de dame werd zodanig geposteerd dat de open witte stelling binnengedrongen zou kunnen worden. Voor het verdedigen van de witte stelling was weinig tijd meer en besloten werd tot remise door zetherhaling. Hiermee was de tussenstand inmiddels 1-1 geworden.

Bord 2: Tjerk-Peter de Bruijn (zwart) 1-0
Ik was na 1. d4 Pf6 2. Lg5 d5 3. Lxf6 exf6 meteen uit mijn openingsvoorbereiding. Na de wedstrijd vroeg ik nog aan mijn tegenstander John Leer wat beter was: exf6 of gxf6. John gaf aan dat het niet uitmaakte, dus dat was een gehele geruststelling.
Op de 11e zet verloor ik een pion op b7, die ik daarna nooit meer terug heb gezien. Ik probeerde de stelling dicht te schuiven en dacht op een gegeven moment dat ik ook een verdediging had, maar net voor de tijdscontrole werd met een paar krachtzetten van zwart mijn stelling geheel opengereten en verloor ik verder materiaal. Niet kort daarna kon ik opgeven. Het krachtsverschil was toch te groot.

Met een tussenstand van 1-2 lag alle druk bij Feike. Feike moest winnen om een snelschaakbarrage uit het vuur te slepen.

Bord 1: Feike Liefrink (wit) 0-1
Ik kwam met wit goed uit de opening, maar kwam in het middenspel enigszins onder druk te staan. Ik besloot af te wikkelen naar een eindspel van paard en loper tegen paard en loper, in de verwachting dat dit weinig problemen zou opleveren. Dat bleek anders uit te pakken. Ik koos de verkeerde velden voor mijn stukken en moest alle moeite doen om geen pionnen kwijt te raken. Net toen ik dacht dat ik daarin was geslaagd en ik zelf op avontuur wilde gaan op de damevleugel, kwam zwart met een doorbraak op de koningsvleugel die ik niet had mogen toelaten. Het lukte mij niet om in tijdnood de problemen op te lossen en waarschijnlijk waren ze zelfs onoplosbaar. Zwart maakte het vakkundig af.
En hiermee had Feike na bijna 3 jaar zijn eerste verliespartij in een externe wedstrijd te pakken.

Samengevat:

Barendrecht

1832

Charlois Europoort

2027

1–3

1. Feike Liefrink

2060

Ben Boog

2097

0–1

2. Tjerk-Peter de Bruijn

1876

John Leer

2064

0–1

3. Robbert Meijer

1752

Leendert van den Ouden

1945

0,50,5

4. Robert Dortmond

1641

Gijsbert Kamerman

2003

0,50,5

Eén gedachte over “Barendrecht uit de beker”

Reacties zijn gesloten.