Omdat er altijd een verslag is, is er ook nu een verslag. Maar wat valt er te zeggen? Alles wat je na zo’n monsterzege zegt is eigenlijk verkeerd. Moet je bescheiden zijn, suggereren dat het eigenlijk allemaal een beetje geluk is, dat de partijen toevallig allemaal onze kant op vielen?

Valse bescheidenheid natuurlijk. Natuurlijk vallen niet 7 partijen toevallig één kant op, daar hoef je geen wiskundestudie voor gevolgd te hebben. Gaan we er voor het gemak vanuit dat vooraf de kansen op elk bord afzonderlijk gelijk verdeeld waren over winst, remise en verlies, dan is de kans op een 7,5-0,5 uitslag ampel 1 promille.

Dan maar in euforie losbarsten, jezelf op de borst kloppen, een vreugdedans maken en verklaren dat de uitslag nog best hoger had kunnen uitvallen? Lijkt mij ook geen optie, ook al is dit soort gedrag de mens enigszins eigen. Het zou namelijk als uiterst onbeleefd kunnen worden ervaren. Bovendien, een 7,5-0,5 overwinning op de gastheer is op zichzelf al onbeleefd genoeg. Je moet ook nooit je tegenstander vernederen, dat heeft de wereldgeschiedenis wel geleerd. Ook de sportgeschiedenis trouwens. In 2010 vond PSV het nodig Feyenoord met 10-0 te vernederen; ze hadden het ook bij 5-0 kunnen laten en een tegendoelpunt kunnen toestaan. Hun overijverigheid heeft ze uiteindelijk de landstitel gekost. De rest van het seizoen telde er voor Feyenoord namelijk nog maar één wedstrijd, thuis tegen PSV. Die werd natuurlijk gewonnen, dankzij een overdosis aan motivatie. Dat kan ons in een volgende wedstrijd tegen een Sliedrechts team ook zomaar overkomen. We zijn gewaarschuwd.

Onze tegenstanders namen hun verlies trouwens sportief op, in ieder geval in ons bijzijn. Er werden geen pogingen gedaan om ook maar iets af te dingen op de ruime winst. Daarvan getuigt ook het bericht dat daags na de wedstrijd op de website van Sliedrecht verscheen en waarin de wedstrijd als volgt wordt samengevat:

“De enige winst was een niet ingeleverde consumptiebon….”

Briljant. Moeder aller relativerende opmerkingen. Zo kun je weer verder. Wel weer een beetje jammer voor ons natuurlijk. Buiten dat we een consumptie ongenoten hebben gelaten (onvergefelijk; wie was dat? de onderste steen moet boven!) is een uitgebreide beschouwing van 8 partijen waaruit blijkt dat we die allemaal hadden moeten verliezen, natuurlijk veel fijner voor ons; niets zo fijn als een tegenstander die de partij in de nabeschouwing alsnog probeert te winnen (in zo’n geval altijd toegeven trouwens, daar kan ik nog wel eens een verhandeling over schrijven). Maar daar staan ze bij Sliedrecht natuurlijk boven. En dan doen ze het ook wel weer slim: nederlaag snel melden op website (ik heb wel eens schaakclubs gezien die daar meer moeite mee hadden), maar meteen een ander, positief bericht eroverheen; het hoeft immers allemaal ook niet teveel aandacht te krijgen (en dat snappen we best).

Dan nog een merkwaardige samenloop van omstandigheden: zowel onze teamleider als onze verslaggever waren donderdag afwezig. Tjerk-Peter verkoos Londen boven Sliedrecht; Bert had ons op maandagavond al op een 1-0 voorsprong gezet. Beide functies werden door mij waargenomen en ik was daarmee dermate druk in de weer (nou ja, dat verbeeldt ik mij dan maar), dat ik de enige was die niet kon winnen.

Hoe druk ik het er ook mee had, ik weet eigenlijk helemaal niets over de andere partijen (hoe doet Bert dat eigenlijk?). Ik hoop dat ik nog wat partijen, partijfragmenten of aanverwante beschouwingen doorkrijg, dan zal ik die met plezier aan dit verslag toevoegen (of in feuilleton uitbrengen opdat de herinnering levend blijft). De feiten dan maar: Bert zette ons maandagavond al op een 1-0 voorsprong. Het is niet de eerste keer dit seizoen dat zo’n voorsprong ons op het goede pad zet. Wie daaraan het volgende punt toevoegde weet ik niet. Toen ik remise aannam stond het al 3-0 en ik vermoed dat het André en Ron waren die hiervoor verantwoordelijk waren. Hierna volgden Steef, Iroy en Robbert, waarna onze supersub Jean-Peter het laatste punt binnenhaalde. Niet onvermeld mag blijven dat onze trouwe supportersschare in de persoon van Tom ook weer acte de présence gaf. Waarvoor hulde!

De enige partij die ik dus ken is die van mijzelf. De laatste tijd ben ik doorgaans niet zo blij met die kennis, ook nu niet. Zo had ik geluk dat mijn tegenstander de volgende combinatie niet helemaal goed afmaakte:

[fen]r4rk1/1p1n1pb1/1qp1p1p1/3pPnBp/1P1P3P/2P2BP1/3N1P2/R2QR1K1 b – – 0 1[/fen]

Stelling na 18. axb3 in de partij Feike Liefrink (2071) – Joost Stoker (1733). Mijn tegenstander dacht hier lang na en ik zag de bui al die tijd hangen. Inderdaad: 18…. Pxd4. Tijdens de partij dacht ik dat dit nagenoeg winnend was voor zwart, wat echter niet zo is. Er volgde: 19. cxd4, Dxd4 20. Le3. Nu moet zwart natuurlijk met de dame slaan op e5, want wit heeft geen aftrekaanval. Vervolgens kan wit zwaar aan de bak om het zwarte pionnenfront tegen te houden. Tot mijn opluchting speelde zwart 20…. Txa1? 21. Lxd4, Txd1 22. Lxd1 (zwart had gemist dat wit niet met de toren hoeft terug te slaan). Wit staat nu een stuk beter, maar ik was er tijdens de partij allerminst gerust op en had eigenlijk alleen maar oog voor afwikkelingen naar remise. Ik had er ook geen enkel benul van hoe het er op de andere borden aan toeging. Er volgde nog 22…. Ta8 23. Pf3, Lf8 24. Lc3, b6 25. Kg2, c5 26. bxc5, bxc5 27. Le2, d4 (zie diagram)

[fen]r4bk1/3n1p2/4p1p1/2p1P2p/3p3P/2B2NP1/4BPK1/4R3 w – – 0 1[/fen]

Met veel minder tijd op de klok dan mijn tegenstander koos ik hier voor de veilige remisehaven: 28. Lxd4, cxd4 29. Pxd4. In plaats van 28. Lxd4 had 28. Ld2 wit hele goede winstkansen gegeven. Maar dat zou teveel van het goede zijn geweest.

Wordt vervolgd zodra er meer partijen of partijfragmenten doorkomen.

De website van Schaakvereniging Barendrecht wordt mede mogelijk gemaakt door: