Nadat ik vorig jaar de eerste plaats wist te veroveren in groep 9I ben ik, buiten het feit dat ik sowieso weer mee wil spelen, moreel verplicht dit jaar in groep 8 acte de présence te geven. Spelers uit de 1400+ groep moet tenslotte de kans geboden worden een indringer met een rating van slechts 1364 hardhandig met beide benen op de grond te zetten. Niet dat ik daar aan zal meewerken, althans niet bewust, maar dat zal niemand verbazen.
Deelname aan een meerdaags toernooi brengt al voordat er maar één zet is gedaan altijd weer de bekende vragen, keuzemogelijkheden en problemen met zich mee. Hoe moet ik inschrijven? Rijd ik heen-en-weer of blijf ik overnachten? Waar zou ik dan overnachten, of, welk vervoermiddel is het prettigst? Hoe laat moet ik aanwezig zijn, wat kost dit grapje. Wat, hoeveel en waar zal ik eten en drinken of neem ik een gevulde koelbox mee. In welke outfit zal ik verschijnen? Als de onderbroek knelt kan je dat immers, zeker in de tijdnoodfase, toch flink opbreken. Enfin, allerlei kwesties die opgelost moeten worden.
En dan is er ook nog de voorbereiding op het spel zelf. Behalve de gehele lijst van deelnemers aan groep 8 is nog niet bekend wie precies de drie tegenstanders zullen zijn. Het inschakelen van een detective om hun openingsrepertoire te achterhalen heeft dus geen zin. Is dat erg? Ach, wel nee. Daar zit mijn probleem niet. Waar ik eerder al eens over intuïtie schreef, zal het er op neer moeten komen dat ik daar niet te snel op moet vertrouwen; ik ben tenslotte Mikhail Tal niet om maar eens iemand te noemen. Een borrelende hersenpan kan tot mooie taferelen leiden met fraaie offers, vorken en matcombinaties maar één moment van onoplettenheid of volstrekt misplaatst gevoel van positionele of tactische superioriteit zal genadeloos worden afgestraft; daar moet ik wel van uitgaan.
De goede voornemens zijn weer gemaakt; nu de uitvoering nog. En ter geruststelling: ik weet inmiddels welke onderbroek ik aan zal trekken.
