Volgens het woordenboek betekent intuïtie zoveel als “inzicht zonder nadenken”. Het behoeft dan ook nauwelijks betoog dat intuïtie buitengewoon goed van pas kan komen. Niet alleen privé (wat zou mijn vrouw toch bedoelen met die blik?) maar ook zakelijk en, als klap op de vuurpijl, vooral ook bij de beoefening van, als we het Shannon-getal voor waar moeten aannemen – en waarom zouden we dat niet doen – het extreem gecompliceerde schaakspel. Schaakintuïtie dus. Hoe kom je er aan? Studie en ervaring wordt wel gezegd. Patroonherkenning schijnt ook heel goed te helpen. Onze hersenen zijn vooral visueel ingesteld dus die patroonherkenning kan zo moeilijk niet zijn, zou je zeggen. Helaas valt dat vies tegen. Tactische vaardigheden dan: schaken is tenslotte voor 99% taktiek, aldus Richard Teichmann, hoewel de vraag is of hij het met zijn ene oog wel helemaal scherp zag. Of vloeit het “gewoon” voort uit de positie op het bord? Dat mag misschien zo zijn maar dan nog: “I can see the combinations as well as Alekhine, but I cannot get into the same positions” (Rudolf Spielmann). Moeilijk kortom, heel moeilijk. Maar goed, een beetje intuïtie heeft iedereen wel. Kun je daar op vertrouwen? Vaak wel maar niet altijd: gemakzucht – een van de van oudsher bekende hoofdzonden – ligt op de loer. En dan helpt ook de beschermheilige van de schakers, Theresia van Ávila niet meer. Want wie zegt dat zij, net als ik hieronder, met zwart speelt? Op 24 februari 2014, terwijl het 2e team die avond in de externe competitie Ridderkerk overtuigend versloeg, in de vijfde ronde van de interne zomercompetitie in groep B werd afgekondigd: Erik W. – Marcel W. Na de 10e zet van wit stond de volgende stelling op het bord:

Hoe dit zo gekomen was doet nu niet ter zake. Het gaat om mijn plotselinge ingeving. Ik bemerkte een bijzonder soort gepruttel in de hersenpan dat ik ter plekke niet anders kon kwalificeren als, inderdaad: schaakintuïtie. Met andere woorden: snel zetten voordat ik per ongeluk zou gaan nadenken!
10. ….. Lxf2†
Als dat geen intuïtieve zet in optima forma is, dan weet ik het ook niet meer. En dat zonder noemenswaardig nadenken en al helemaal zonder te rekenen. Het kan niet lang meer duren of de Fide-titel kan aangevraagd worden.
11. Kxf2
Gedwongen. En zoals bekend, gedwongen zetten van de tegenstander zijn eens te meer het bewijs van mijn eigen gelijk (ahum). Beide alternatieven leiden tot mat in twee: 11. Kf1 Lh3†, 12. Kxf2 (of Ke2) De3# of 11. Ke2 De3†, 12. Kf1 Lh3#.
11. ….. De3†
Ja ja, voor de hand liggend. En ik voel het nog steeds borrelen daar boven.
12. Kg2 Pxd2??
Oef, in één zet weer met beide benen op de grond. Wat zeg ik, op de grond? Onder de grond, in een wak. Theresia!! Help!! Kan ik nog terug? Maar het blijft angstig stil van gene zijde. Rien ne va plus, het voordeel is niet meer voor u!
Erik zou Erik niet zijn als hij niet als een echte sportfietser er op en er over zou gaan. En zo geschiedde. Er moest nog flink verdedigd worden en na nog wat kunst- en vliegwerk over en weer besloten we op de 30ste zet tot remise.
Hoe had het dan wel gemoeten?
Na de 12e zet van wit was dit de stelling:

Waarom was ik opeens Lc8 uit beeld verloren? Schaakblindheid in plaats van schaakintuïtie.
12. ….. Lh3†
En nog een loperoffer; doet het altijd goed!
13. Kxh3 Dh6†
14. Kg2 (of Kg4) Pe3†
En tot slot een altijd zeer bevredigende paardvork op Koning en Dame. Zo zie je maar, Theresia bestaat wel maar je moet haar niet in de weg lopen.



