door Bert Drolenga
Op maandag 15 april stond de vierpunten wedstrijd op het programma tegen mededegradatie-kandidaat De IJssel. We hadden beiden 4 machtpunten bij elkaar gesprokkeld, maar De IJssel had een paar bordpunten meer, zodat wij moesten winnen. Dit was moeilijk genoeg, gezien het surplus aan ELO-punten bij de Moordrechters.
Duidelijk was dat we hogere krachten moesten aanspreken.
Dit werd nog eens bevestigd door de verliespartij van John, Hans Klok, Bakker in een vooruitgespeelde partij. Hij toverde in zijn schaakshow een pionnetje op b7 weg, maar hapte hiermee te vroeg toe (0-1).
En zo togen de overgebleven 7 tovenaars-in spé naar Moordrecht met de heilige missie een overwinning uit het vuur te slepen. En een duivelse tocht zou het worden……
Om de spanning nog verder op te voeren probeerde Bert, Tommy Cooper, Drolenga een nieuwe goocheltruc uit. Net als zijn illustere voorganger mislukte de ene zet na de andere, zodat zijn tegenstander de stelling volledig onder controle had.
Een prachtig torenoffer op (alweer b7) versnelde het einde (0-2).
Vervolgens trok Rien, Richard Ross, van Wilgenburg aan het kortste eind. Er werd in een rap tempo de nodige stukken geruild en zijn tegenstander wist in de gauwigheid een pionnetje mee te snaaien. Het toreneindspel met de minuspion leek houdbaar, maar in de praktijk bleek dit niet (0-3).
En zo had De IJssel nog maar 1 bordpuntje nodig in 5 partijen. Een makkie toch? Of niet?
Tijd voor een rondje langs de velden met een voorspelling van onze deskundige Tita Tovenaar:
Feike: drukstelling en veel meer tijd: prognose: 1
Robbert: kwaliteit achter en ruimtegebrek: 0
Tjerk-Peter: gelijke stand: ½
Robert: drukstelling: 1
Jean-Peter: drukstelling: 1
Volgens Tita zouden we dus een puntje tekort komen. Maar de magie en de tijd tikten verder……
Feike, Merlijn, Liefrink bewees weer eens uit het goede schaakhout gesneden te zijn. Hij wist een constante druk op de zwarte stelling te creëren die zijn tegenstander zeeën van tijd kostte. In een vrijwel gelijke stand had Feike geen toverkunsten nodig om hem door de vlag te jagen (1-3).
Ook Jean-Peter, Gandalf, van Sprang wist een drukstelling te bereiken. Een half open f-lijn werd vakkundig gebruikt voor een beslissende aanval. Hiermee redde hij niet alleen een verloren seizoen, maar bewees wederom dat hij alleen echt belangrijke potjes wint. Vorig seizoen bezorgde hij ons immers het kampioenschap (2-3):
Bij de partij van Tjerk-Peter, Hans Kazan, de Bruijn ging Tita voor de eerste keer in de fout met zijn prognose.
Tjerk-Peter wist in gelijke stelling het hoofd van zijn tegenstander te betoveren en hem te verleiden tot een kansloos torenoffer (3-3). De partij met commentaar van de witspeler :
En hiermee was de stand weer gelijk en moesten de beiden Rob(b)erts de benodigde 1½ punten zien binnen te slepen. Robert stond inmiddels vrijwel gewonnen, maar Robbert, Albert Einstein, Meijer …

Slechtere stelling en vrijwel geen tijd meer over. Toch slaagde hij erin op de een of andere manier de tijd- en stellingsproblemen te overwinnen. En terwijl zijn tegenstander de kluts volledig kwijt raakte, zette Robbert hem mat met nog maar 11 seconden op de klok (4-3):
Het slotakkoord was voor Robert, David Copperfield, Dortmond. Hij stond, zoals gezegd, erg goed, maar de spanning in de wedstrijd en het tijdgebrek maakten het er niet gemakkelijker op. Voor een winstpoging had hij te weinig tijd, maar gelukkig wist hij in het toreneindspel de laatste 2 torens te ruilen en de remise te forceren (4½-3½).
De IJssel 1 1848 - Barendrecht 1 1770 3½ - 4½ 1. Hans Lodeweges 1925 - Feike Liefrink 2087 0 - 1 2. Pim te Lintelo 1925 - Robbert Meijer 1802 0 - 1 3. Justin Jacobse 1911 - Tjerk-Peter de Bruijn 1860 0 - 1 4. Leon Jacobse 1782 - Bert Drolenga 1770 1 - 0 5. Frank van de Pavoordt 1858 - Robert Dortmond 1700 ½ - ½ 6. Ad Multem 1761 - Rien van Wilgenburg 1716 1 - 0 7. Frank Visser 1877 - John Bakker 1591 1 - 0 8. Mick van den Berg 1743 - Jan-Peter van Sprang 1634 0 - 1


