We beginnen bij het begin. Sliedrecht thuis, dat is te doen. Super sup Roel op twee. Laat ze maar komen. Ze kwamen inderdaad, eerst wat aarzelend, maar uiteindelijk gingen ze toch met een deel van de buit naar huis. Hoe kon het zover komen? Lees en huiver.
Het begon niet slecht. Feike had op bord 1 weinig moeite met zijn tegenstander. Hij liet de Leeuw maar in z’n kooi en koos voor het Frans. Toen zijn tegenstander in slechte stand pardoes een stuk weggaf was het gedaan: 1-0. Robert (bord 6) speelde een degelijke partij. Langzaam maar zeker drong hij zijn tegenstander in de hoek: 2-0. Tot zover niets aan de hand, geen hilarische momenten, geen ongeregeldheden. Maar dan begint het. Super sup Roel overziet een kleine combinatie nadat hij eerder al genoegen moest nemen met een geisoleerde dubbelpion om materiaalverlies te voorkomen. Even later hoor ik Roel luid en duidelijk tot de ontdekking komen dat hij tot zijn niet geringe verbazing een pion achterstaat. Hij beschuldigt zijn tegenstander nog net niet van wederrechtelijke pionberoving. Roel berust er uiteindelijk in dat hij blijkbaar in een onbewaakt ogenblik een pion heeft verkwanseld. Niet lang daarna moet hij de eer aan zijn tegenstander laten. De berusting daarin laat wat langer op zich wachten, niettemin: 2-1. Jean-Peter heeft inmiddels een gewonnen stelling op bord 5. Hij kan eenvoudig afwikkelen naar een eindspel met een stuk meer, maar denkt het nog eenvoudiger te kunnen afmaken. Hij ziet daarbij helaas een rontgenaanval over het hoofd (nog maar eens een paar lessen van de stappenmethode volgen?). Toren weg, partij weg: 2-2. Ook Joost was uitstekend op dreef. Hij speelde een puike partij op bord 7, doet in het eindspel slechts één verkeerde zet. Kost helaas meteen een loper en de partij: 2-3. Zal het dan toch misgaan? Natuurlijk niet. John (bord 8 ) voert namelijk een gewonnen stelling middels een kleine combinatie vakkundig naar winst: 3-3. Een enkele omstander meende dat de combinatie nog beter had gekund, maar dat was natuurlijk niet zo. Vanzelfsprekend kreeg Tjerk-Peter (bord 4) de zwarte leeuw tegen, niet verwonderlijk tegen een speler uit Sliedrecht. Eerder die avond had Tjerk-Peter les gegeven aan de jeugd en het onderwerp blokkade uit stap 4 behandeld. Een vorm van blokkade is het versperren van het vluchtveld van de koning door een eigen stuk. Hij gaf aan dat een dergelijke blokkade in de praktijk weinig voorkomt, en juist dan zal je zien dat zo´n situatie zich een paar uur later wel voordoet:
###pgn###
[Event “RSB competitie”]
[Date “2010.03.01”]
[Round “6”]
[White “Tjerk-Peter de Bruijn”]
[Black “Evert Bos”]
[Result “1-0”]
[WhiteElo “1836”]
[BlackElo “1669”]
[SetUp “1”]
[FEN “5r2/5knr/1p1p1p2/pb1N1P1P/1p2P3/5B2/P1P3R1/4K2R w K – 0 34”]
[PlyCount “2”]
34. h6 1-0
%%%pgn%%%
————————-
Na 34. h6 gaf zwart op. Er zou nog kunnen volgen 34. … Pe8 (blokkade van het laatste vluchtveld van de koning) en 35. Lh5 mat. Heel fraai en 4-3.
Blijft over onze tijdnoodervaringsdeskundige Robbert op bord 3. We beginnen weer bij het begin. Met zwart komt Robbert wat gedrongen te staan, maar rond de 25e zet weet Robbert zich dankzij goed spelinzicht te bevrijden. Hij neemt met zijn dame de ongedekte eerste rij in bezit en dwingt daarmee de actieve witte loper van g2 naar een passieve rol op f1. Wit moet vanaf nu op z’n hoede zijn voor een zwarte toren die naar c1 wil en een zwarte loper die het op h3 heeft gemunt. Kat in het bakkie, ware het niet dat Robbert nog maar weinig tijd heeft (denk daarbij aan enkele minuten). Zijn tegenstander gelukkig ook en gebroederlijk slaan zij zich met zetherhalingen door de tijdnoodfase, waarbij Robbert zich al zijn kansen weet voor te behouden. Zetherhalingen? Was het niet zo dat je daar remise mee kan bereiken? Stonden we niet toevallig 4-3 voor? Is 4 + 0,5 niet 4,5 en 1 meer dan 3 + 0,5? Win je daarmee niet van Sliedrecht? 3 x ja, echter: als de tijdnoodfase ternauwernood is overleefd, en ze er allebei een kwartier bij hebben gekregen voor de rest van de partij (ik herhaal speciaal voor Robbert: de rest van de partij), neemt Robbert een minuut of 8 de tijd om naar een wat mindere zet op zoek te gaan om daramee zetherhaling te voorkomen. Gelukkig is de solidariteit tussen Robbert en zijn tegenstander zo groot dat zijn tegenstander dit voorbeeld volgt en overtreft. In het besef dat je beter snel goede zetten dan langzaam minder goede zetten kunt doen pakt Robbert het in de resterende minuten tot opluchting van de partijdige toeschouwer voortvarender aan. Robbert lokt de witte stukken de zwarte stelling binnen en slaat onverbiddelijk toe. Wit moet have en goed, waaronder dame en toren, geven. Met nog 45 seconden op de klok van Robbert valt uiteindelijk de vlag van zijn tegenstander. Even denk je: het was allemaal onderdeel van een hoger psychologisch spel, Robbert was al die tijd gewoon in control, wat een superioriteit. Robbert springt natuurlijk niet meteen op, je geeft je tegenstander, die roerloos naar het bord blijft kijken uit angst dat de minste of geringste oogbeweging richting de klok iets zal verraden, eerst nog de hoop dat je het niet hebt gezien. Van zo’n moment geniet je in stilte. Deed het publiek dat laatste nou ook, dan waren de punten in Barendrecht gebleven. Het publiek, en vooral het Barendrecht goedgezinde deel daarvan, moet echter zijn opluchting kwijt, dat het toch nog goed is afgelopen. Weet het publiek veel dat Robbert alles onder controle heeft. Dus klinkt er vol onschuld vanuit de achtergrond: “de vlag is gevallen”. Dit negeert Robbert natuurlijk en ook de Barendrechters die weten dat Robert de klus zelf moet klaren doen alsof er niets is gebeurd en sissen met z’n allen om het hardst “ssss”. Gelukkig hebben we dan altijd nog een alert verenigingslid dat wijst op de juistheid van de eerdere opmerking. Nu wordt het onze bezoekers toch iets te gortig; hier helpt geen cursus “hoe blijf ik roerloos achter het bord zitten en doe ik alsof er helemaal niets aan de hand is als mijn vlag al enige tijd geleden is gevallen” meer tegen, dus maak je – volledig terecht natuurlijk – enig bezwaar tegen de gang van zaken. Reglementen erbij, 2 minuten erbij. Plotseling heeft Robbert dus nog 45 seconden om zijn tegenstander met dame, toren en paard (tegen loper) mat te zetten, terwijl deze laatste nog 2 minuten heeft. Dat is nog steeds pure luxe, de beste stuurlui aan wal houden in zo’n situatie al snel zo’n 30 seconden over. Je zet je gewoon even over je teleurstelling heen, en stelt vervolgens orde op zaken. Robbert besluit het spannend te houden, net iets te spannend. Vlak voordat hij mat wil zetten valt zijn vlag …. Such is life.
Zo’n partij zorgt in ieder geval wel voor wat hilariteit, een slapeloze nacht voor Robbert en twee geroyeerde leden (kunnen neem ik aan als erelid bij Sliedrecht verder). Voor Barendrecht maakt 4-4 of 5-3 gelukkig geen verschil en al was dat wel zo, we kunnen niets op het gelijk spel afdingen.
