Door Tjerk-Peter de Bruijn
Op 8 december 2008 togen we met z´n zessen naar Maassluis.
Een week eerder hadden Feike en Rien, in twee vooruit gespeelde partijen, Barendrecht al op een 1½ – ½ voorsprong gezet. We waren niet geheel zeker van onze zaak want Maassluis heeft een sterk team. Zo spelen o.a. Corrie en Piet Vreeken voor Maasluis. Hieronder volgt een verslag wat er op de verschillende borden afspeelde.
Bord 2: Tjerk-Peter de Bruijn (zwart) 0-1
Na een f4 opening kwam ik wat gedrukt te staan. Mijn tegenstander gebruikte echter zeeën van tijd. Na zet 15 had hij al ruim een uur verbruikt. Op een gegeven moment was ik meer aan het rekenen hoeveel minuten mijn tegenstander voor de resterende zetten had, dan dat ik op mijn eigen stelling lette. De tijdsnood nam steeds meer toe voor mijn tegenstander, op een gegeven moment moest hij nog 15 zetten doen in 10 minuten. Het enige wat niet mocht gebeuren was dat hij de tijdscontrole zou halen. Er zou dan een beroerde stelling voor mij overblijven, die hoogstwaarschijnlijk verloren zou zijn voor mij. ´Gelukkig´ ging hij op zet 32 door de vlag en kon ik weer een punt erbij schrijven. Ik weet niet wat het is, maar deze competitie heb ik nog geen enkele behoorlijke partij gespeeld, maar wel een score van 3½ uit 4 gehaald. Ook dat is een prestatie…
Bord 3: Robbert Meijer (wit) 1-0
Op zet 1 nam ik al de tijd voor de keuze tussen d4 en e4. Uiteraard kwam na e4 weer een minder vertrouwde opening, het Russisch, op het bord. De voortzetting 8.c4 kende ik nog net, maar ik zocht vergeefs naar een afwijking van de gebaande paden. Bij deze beslissingen leek me gedurfd spelen de beste optie. Na afruilen van de loper tegen het paard op c6 werd met Pe5 de ontstane dubbelpion op dit veld aangevallen. Voor zwart leek het lastig in deze stelling de stukken goed te plaatsen. Met de torens werd vervolgens druk uitgeoefend op de loper op e7 en dame en paard namen f7 voor hun rekening. Het druk zetten is mooi, maar ik maak wel de fout meer druk te willen zetten ipv terug te schakelen naar een concrete simpele actie die winst kan opleveren. Een mogelijk paardoffer werd nog uitgesteld met een poging tot versteviging van de damevleugel. Vervolgens kwam dan toch het paardoffer op f7 gevolgd door een loperoffer op h6 waarbij Pf6 in bleef staan met matdreiging en toen vond mijn tegenstander het welletjes.
Bord 5: Robert van Dortmond (wit) ½-½
Na een lange zoektocht (met GPS) aangekomen bij het bijna onvindbare clubhuis van Maassluis kwam Robbert (Meijer) een oude bekende tegen, namelijk Corry Vreeken, volgens mij oud dameskampioen van Nederland. Zijn geluk en mijn pech was dat ze speelde op bord 5. Het enige geluk is dat ik met wit mocht beginnen. Het begin van de partij was als volgt: 1. d4 Pf6, 2. c4 g6 toen kwam ik met Pf3. Hierna heeft ze een lange tijd nagedacht. Na afloop zei ze dat normaal (wat is bij mij normaal?) e4 gespeeld wordt. Zij gooide haar aanval op de damevleugel en probeert via de a en b lijnen druk uit te oefenen op mijn pionnen. Ik gokte meer op haar koningsvleugel en werd met paard, toren en dame gevaarlijk. In het middenspel was het toch het centrum waar alles om zou gaan draaien. Mevrouw Vreeken kreeg een vrijpion die wit echter tegen hield met een paard. Op de borden om ons heen werden hele veldslagen uitgevochten. Toen de rook daar optrok bleek Barendrecht reeds gewonnen te hebben. Hierna bood Corry remise aan. Dit aangezien zij van mening was dat het voordeel van de vrijpion niet opwoog tegen de druk van witte dame en toren op een open lijn. Deze remise werd door mij direct geaccepteerd omdat zij waarschijnlijk in het eindspel (iets!) meer ervaring heeft dan ikzelf. Na afloop hebben we de eindstelling nog geanalyseerd en bleek dat beide kleuren een gewonnen stelling had kunnen bereiken. De volgende dag natuurlijk de RSB site geraadpleegd hoe hoog haar KNSB-rating was (1811) hetgeen mij (slechts 1641) zeer gelukkig maakte!
Bord 6: John Bakker (zwart) 1-0
Op bord 6 speelde John een ongelukkige partij met zwart. Na het handen schudden met zijn tegenstander waren de eerste zweetdruppels bij John al zichtbaar. John had de eer om tegen Piet Vreeken te spelen. Enigszins overrompeld door zoveel ervaring tegenover zich was John zelfs extra gemotiveerd om een goede partij te spelen. Na een aangenomen damegambiet bleek het vervolg met 5 …. Lf5-d6 toch niet helemaal lekker. De druk van de witten stukken werd alsmaar groter en John kreeg geen kans om zijn stukken verder te ontwikkelen. Zowel het paard en de toren op de dame-vleugel kwamen in het spel verder niet meer voor. Op de tiende zet volgde, het voor John onvermijdelijke zetje, 10 ….. h7-h6! Ondanks de forse bedenktijd leek dit toch een juiste voortzetting. Gelukkig voor John was Feike niet aanwezig, en was het lachende commentaar van een andere teamgenoot misschien wel kenmerkend; “h7-h6 is niet altijd slecht!”. Wellicht een prijsvraag waardig: “10 ….. h7-h6, juist of onjuist? Na 14 ….. Pf6 – h7 kon wit volledig zijn eigen plan verder uitwerken en wist Piet Vreeken dat een overwinning nabij zou kunnen zijn. John had verder ook geen gelegenheid om een alles of niets offensief te spelen. Na 24 zetten en nog 10 minuten op de klok gaf John zijn tegenstander een hand. Achteraf was John bijzonder blij met de uitgebreide analyse en het prettige gesprek met zijn zeer gewaardeerde tegenstander.
Bord 7: Tom Godthelp (wit) 0-1
Van mijn partij lijkt het meest interessant de stand op het bord na 34 zetten. Er waren voor mij toen 89 minuten op de klok verdwenen (waarvan de eerste 19 al op de klok stonden bij het betreden van de speelzaal; we waren inderdaad wat laat). Ik had een kwaliteit gegeven en vlak daarna ook nog een pion om een aanval op de zwarte koningsstelling te krijgen. Dat lukte aardig. In de resterende luttele seconden kon ik zo snel niet alle mogelijkheden van 35 Lxg8 overzien en speelde 35 Db2. Dat leek wel dreigend maar was met 35 ….Pf5 prima te pareren. Dat gebeurde dan ook. Daarna ontstond gelijk spel. Hetgeen mij er niet van weerhield in een later stadium een penning over het hoofd te zien waardoor de partij alsnog verloren ging. We stonden toen al met 5-2 voor. Maar desalniettemin….. Achteraf blijkt dan dat het toch wel heel leuk zou zijn geworden als ik wel 45 Lxg8 had gespeeld! Was op heel veel manieren winnend geweest. Jammer.
Bord 8: Jean-Peter van Sprang (zwart) ½ – ½
Op bord 8 speelde ik met zwart. Mijn tegenstander begon in de opening snel met zijn pionnen op de damevleugel naar voren te gaan en deed wat doelloze speldenprikjes. Gevolg was dat ik rustig mijn stukken kon ontwikkelen en de witte stelling nogal open was, en zijn koning niet in veiligheid. Na een ogenschijnlijk simpele afruil verliest wit een stuk en houdt een hopeloze stelling over. Mijn tegenstander bleef nog zo’n 30 zetten doorploeteren maar er kon niets meer fout gaan.
Uiteindelijk hebben we overtuigend met 5-3 van Maassluis gewonnen. Dit is zeker een knappe prestatie en levert in de tussenstand na 4 ronden een derde plaats op in de RSB 2A Met 5 matchpunten uit 4 wedstrijden is handhaving in deze klasse vrijwel zeker en er zit zeker meer in …
ma 08 dec Maassluis 1 1737 - Barendrecht 1 1716 3 - 5 1. Marcel Bergen 1778 - Feike Liefrink 2060 0 - 1 2. Gert Dijkstra 1802 - Tjerk-Peter de Bruijn 1876 0 - 1 3. Menno Poot 1786 - Robbert Meijer 1752 0 - 1 4. Michael Kroes 1789 - Rien van Wilgenburg 1752 ½ - ½ 5. Corry Vreeken 1811 - Robert Dortmond 1641 ½ - ½ 6. Piet Vreeken 1763 - John Bakker 1627 1 - 0 7. Mojtaba Sadegnnezjad 1582 - Tom Godthelp 1542 1 - 0 8. Paul Blok 1584 - Jan-Peter van Sprang 1482 0 - 1



