Barendrecht / IJsselmonde 1 – SOF/DZP 1: Magie

door Bert Drolenga

In de vijfde ronde kwam het altijd-moeilijke SOF/DZP langs. Samen met Spijkenisse 2 en ons team maken ze de dienst uit in onze klasse. Tegen Spijkenisse hadden ze met 5-3 verloren, dus aan ons de taak deze score minimaal te evenaren. Om dat te bereiken zouden we veel goocheltrucs uit moeten halen.

Dat ging Bert, ik dus, erg slecht af. Ik speelde als een slechte imitator van Tommy Cooper; eentje die nog blind was ook. Ik zag weinig tot niets van de witte dreigingen en mijn tegendreigingen gingen in witte rook op. Binnen een uur lag mijn koning op zijn gat. En verder wil ik er niets meer over zeggen. Toch nog wel: BAH! (0-1).
De tweede tegenvaller viel aan bord 4. Vanwege mijn mislukte goocheltruc voelde Adri zich genoodzaakt om van acquit in de aanval te gaan en een paard in de aanbieding te doen. Uiteraard kon deze niet genomen worden vanwege een dosis vergif in het zadel, waarna Adri de kwaliteit kon innen. Helaas ging het hierna met de kwaliteit van zijn spel achteruit. In plaats van actief te blijven spelen koos hij voor consolidatie. Hiermee gaf hij zwart de kans een sterk initiatief tevoorschijn te goochelen, wat voldoende was voor een dynamisch evenwicht (½-1½).

De derde tegenvaller viel aan bord 8. Tjerk-Peter werd meteen na de opening om de oren gesmeten met zwarte activiteit over het gehele bord. Na 2 lange rokades stormden de zwarte pionnen op de damevleugel onvervaard naar voren, ondersteund door de dame en 2 torens. Ondanks verbeten tegenspel van Tjerk-Peter wist zwart zoveel matdreigingen te creëren dat zelfs Hans Kazàn hier geen antwoord meer op zou hebben (½-2½).

Bij deze dramatische tussenstand lag een kleine nederlaag in het verschiet.
Immers, Feike stond glad verloren, Iroy en Robbert gelijk en alleen Steef en André gaven tegengas.

Gelukkig werd toen de goocheldoos geopend.
Robbert wist, als een onvervalste echte Fred Kaps (wie kent hem niet?), vanuit het niets een beslissende aanval te lanceren (1½-2½).

Vervolgens scoorde André de gelijkmaker. Hij kon door zijn actieve spel een graai doen in de zwarte snoepdoos. Hij snoepte een aantal pionnen mee, pareerde als een volleerde David Copperfield eenvoudig de zwarte eeuwig-schaak-dreigingen waarna zijn a-pion het pleit beslechtte (2½-2½).
Bij het naspelen van de partij moest ik onwillekeurig terugdenken aan de fameuze woorden van Jan Hein Donner:

Lieve pion op a5

Mooi klein ding, randpion ben je, niet meer dan één veldje mag je bestrijken. Je bent zo klein, bijna niets en je hebt de hele partij daar op je plaatsje gestaan, maar al die tijd was mijn hoop op jou gebouwd en al mijn angstig hunkeren was voor jou. Ik zag je wel, zoals je daar stond, kleine bengel. De mensen dachten natuur­lijk dat het om de pion op d5 ging, hij trok hun aandacht, ja ze keken allemaal naar hem, maar jij en ik wisten het wel, het ging om jou, om jou en jou alleen.

Je hebt gewacht, stouterd, je hebt je niet opgedrongen, want je wist dat ik al die tijd alleen maar aan jou dacht en dat je niets hoefde te doen, want dat ik vanzelf wel bij je zou komen. Kleine randpion, je bent nu vrij. Ga je gang, op a8 wacht jou en mij de onuitsprekelijke heerlijkheid. Heb mijn dank, lief klein ding. Ik heb je lief,

je Koning

(J.H. Donner. Schaakbulletin 40, februari 1971. Opgenomen in ‘De Koning’, blz. 121.)

Hierna kwam SOF/DZP weer op voorsprong. Feike vergistte zich in de opening en kwam drie pionnen achter. Maar aan opgeven dacht deze Victor Mids niet. Onze amateur-psycholoog bleef doorspelen om ons moreel hoog te houden. Hij gaf pas op toen hij bijna mat stond (2½-3½).

Beide resterende partijen moesten dus gewonnen worden. Steef stond goed, maar Iroy vrijwel verloren. Een nieuwe goocheldoos was dus nodig.

Steef won inderdaad. De gehele partij hij een sterk initiatief en deze plus werd versterkt door enorm tijdverbruik van zijn tegenstander. Deze wist lang tegen te spartelen, maar onze Hans Klok toverde alle tegendreigingen weg een scoorde een mooie gelijkmaker (3½-3½).

En ten slotte komen we aan bij de apotheose van de avond.
Bij Iroy was er lang weinig aan de hand, totdat wit er in slaagde het initiatief naar zich toe te trekken. De ingewikkelde stelling, op een gegeven momenten stonden de vier paarden in een vierkantje bij elkaar, kostte beide partijen veel tijd. Op het moment dat beiden nog maar een halve minuut op de klok hadden, nam Harry Houdini plaats achter de zwarte stukken. Met duivelse zetten voerde hij de verloren stelling tot winst (4½-3½).

Met deze nipte zege blijven we in het spoor van Spijkenisse 2, dat met 6-2 won en nu dus 1½ bordpunt voor staat.

Schermafbeelding 2018-02-14 om 21.57.04

Een Reactie op “Barendrecht / IJsselmonde 1 – SOF/DZP 1: Magie

  1. Mooi verslag en mooi gedicht!
    Zo ken ik ook een mooi gedicht:

    MAT IN ACHT COUPLETTEN
    Ik deed het zoveel keren
    Met evenveel plezier.
    Ik zou niet beter weten
    Dus speel ik weer e4.
    Ik wil die zet noteren
    (ik pak mijn pen en schrijf)
    en zwart spelt ondertussen
    e7 naar e5.

    Nog hoef ik niet te denken,
    ik voel me een genie,
    mijn paard herkent de stelling
    en springt al naar f3.
    Maar zwart weet ook van wanten,
    hij blijft goed bij de les,
    e5 staat aangevallen,
    Die dekt hij met d6.

    Mijn loper, zeer voortvarend,
    begeeft zich naar c4.
    Ik vraag : wilt u iets drinken?
    Ja graag, een flesje bier.
    Een paar minuten later:
    (ik kom weer aan het bord)
    juist, paard c6, wat aardig,
    nou dan rokeer ik kort.

    Dit wordt een leuk partijtje,
    dat had ik niet verwacht.
    Ik zie zijn hand nu dwalen
    vlakbij Cornelis acht.
    Jawel, hij pakt zijn loper
    en zet hem op g4.
    O o wat ben ik vrolijk,
    wat heb ik een plezier.

    Vandaag zal het gebeuren.
    Ik speel nu paard c3.
    Zijn hersens hoor ik kraken;
    hij denkt dat ik niets zie.
    Mijn hart gaat sneller kloppen,
    maar ik vertrek geen spier
    Als zwart-heel vastberaden-
    zijn paard speelt naar d4.

    Er gaat een koude rilling
    dwars door mijn hele lijf;
    het zweet staat in mijn handen.
    Nu neem ik op e5.
    Een dameoffer, toe maar,
    nog nooit door mij gebracht.
    Toch ben ik wat onzeker,
    want kijk eens hoe hij lacht.

    Ik denk: ik ga wat lopen
    en ik wil net gaan staan,
    daar gaat zijn hand naar voren;
    hij neemt het offer aan?!
    Hij slaat dus met zijn loper
    en pakt mijn koningin.
    Al zit ik zonder dame,
    ik heb het naar mijn zin.

    Het visje is gevangen,
    Die spartelt aan de haak.
    Mijn loper slaat f7
    En zet zijn koning schaak.
    Die moet een stap naar voren,
    Dat is toch buiten kijf?
    Hij kan het nu wel schudden,
    Daar komt-ie: paard d5!!

    Dan zie ik zwart verkleuren,
    zijn koning staat nu mat.
    Het zal je maar gebeuren.
    Ziezo, en dat was dat.

    Uit: DENKEND AAN SCHAKEN (schaakgedichten), Jos Timmer, KRO Hilversum, 1992.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *